fbpx

Burn-out: een vloek of een zegen?

Terug

“Ik heb een burn-out gehad.” Mijn gesprekspartner wiebelt op haar stoel en ’t gesprek valt stil. Pratend over werkstress, over wat wel en vooral niet leuk is aan haar baan, komt ’t gesprek op haar collega met een burn-­out. Ze weet niet zo goed wat ze ermee aan moet en vraagt zich af of ze, met alle stress die ze ervaart, zelf misschien ook risico loopt. Na een stilte vraagt ze hoe ’t maar met me gaat, of ik er nog steeds last van heb. Die vragen volgen bijna standaard als ik vertel over mijn burn-out. Ook een blik van medelijden is niet ongewoon. 

Er is de laatste maanden veel aandacht voor de burn-out: diverse nieuwsbronnen slaan ons om de oren met cijfers en statistieken over het toenemend aantal mensen met werkstress-klachten en/of een burn-out. Ik ben één van de vele gezichten achter de statistieken en inmiddels kan ik zeggen dat ik daar trots op ben.

Trots? Ja: mijn burn-out heeft ertoe geleid dat ik met mijn persoonlijke ontwikkeling aan de slag ben gegaan, dat ik ben gaan investeren in mezelf. Ik ben op zoek gegaan naar manieren om werkstress om te buigen naar werkplezier. En dat werkplezier heb ik gevonden: doordat ik mijn eigen grenzen heb leren (h)erkennen en aangeven. Ik durf nu aan de bel te trekken wanneer ik dreig over te lopen door een te grote stapel dossiers waar iets mee moet gebeuren. Ik durf om hulp te vragen waar ik dat voorheen altijd een enorm teken van zwakte vond. Ik durf mezelf te zijn, zonder het masker van “de jurist die alles weet, alles zelf kan en geen hulp hoeft te vragen”.

Een zegen ook omdat ik heb mogen ontdekken waar ik nou écht heel blij van word: verbinding maken van mens tot mens. Ver­binding met cliënten, met de lieve mensen om mij heen en met een nieuwe groep mensen; mijn coachees. Ik vind het een eer wanneer ik een stukje mee mag lopen op het pad van een coachee, wanneer ik handvatten aan kan reiken die wellicht meehelpen bij een volgende stap op dat pad.

Had ik mijn burn-out niet liever willen voorkomen dan? Tuurlijk, dolgraag. Die diepe put waar ik in gezeten heb, was geen pretje. Vaak heb ik me afgevraagd of en hoe ik in hemelsnaam ooit weer uit die put zou komen. Terugkijkend op alles wat ik heb geleerd, kijkend naar waar ik nu sta en wat ik in de toekomst allemaal mag en kan doen, trek ik de conclusie dat het doormaken van die burn-out -het uit de put klimmen- ontzettend veel mooie dingen heeft opgeleverd.

Heb ik nog last van die burn-out? Nee; ik zit lekker in mijn vel, maak keuzes die bij mij passen en heb het plezier in mijn werk als kandidaat ook weer teruggevonden. Ik heb een burn-out gehad en voor mij bleek het een zegen.